Deze zondagochtend sta ik vroeg op. De eerste zonnestralen van de dag vallen door de ramen, de klok moet nog zeven slaan. Ik rommel wat, hoor Abel wakker worden. Hij klimt uit bed, komt naast me zitten. Ik vraag me af wat wijsheid is. Thuis blijven om tijd met God door te brengen – met Abel en straks ook Jada om me heen wat het niet makkelijker maakt me te concentreren –  of de hardloopschoenen aan en die lange duurloop doen waar ik al een paar dagen naar uitkijk. Gisteren keek ik met Tabitha op Family 7 naar gesprekken met Henk Binnendijk. Inderdaad, de vroegere directeur van de EO. Vannacht bleef een zin door mijn hoofd rondzingen. ‘Als je in Gods aanwezigheid bent geweest, smaakt dat naar meer’.

Mijn fysieke verlangen lijkt het te winnen van mijn geestelijke honger. Ik trek mijn schoenen aan en vertrek. De ochtendlucht heeft een koud randje, maar de stijgende zon begint al aan kracht te winnen. Ik start rustig  om mijn slaapstramme benen wakker te maken en maak mijn plan voor deze training. Tweeëntwintig kilometer, hartslag onder de 125 en elke vierde kilometer een stukje wandelen. Vanuit Utrecht naar De Meern, rondje Maximapark en weer terug. Steeds lekkerder lopend passeer ik de De Meernbrug, laat me een beetje vallen in de afdaling, draai linksaf het fietspad op dat door de Rhijnoordtunnel loopt.

Daar, onder die betonnen constructie, gebeurt het. Ik word erdoor overvallen, zie het totaal niet aankomen. Een vloedgolf van onvoorwaardelijke liefde overspoelt me. Ik besef dat God me wil aanraken. Ik stop met hardlopen om de aanraking ten volle te kunnen ervaren. Helemaal laten vullen wil ik me. Met gesloten ogen, naar de hemel uitgestrekte armen en open handen ontvang ik Gods doorgloeiing. Golven van aanvaarding worden in mijn binnenste uitgestort, mijn borst zwelt op. Tranen van vreugde vloeien uit mijn ogen. Ik snik van geluk, laat mijn beker overvloeien.

Als de aanraking is weggeëbd, loop ik verder. ‘Als je de smaak van te pakken krijgt, wil je alleen maar meer’. Weer die woorden van Henk Binnendijk die mijn verlangen voedde naar omgang met mijn Schepper. Ik weet me begenadigd dit cadeau vanuit de hemel aangereikt te krijgen. Zomaar, onverwacht, onverdiend en o-zo welkom en bemoedigend.

Aanrakingen met God lijken op de emotie die ik heb ervaren bij het winnen van grote wedstrijden. Het moment dat je beseft dat je vandaag de beste bent. Hoe langer je op die grote overwinning hebt moeten wachten, hoe harder je ervoor hebt getraind en hoe feller je ervoor hebt moeten strijden, hoe groter dat geluksgevoel.

Die roes is trouwens niet alleen weggelegd voor de winnaar. Gelukkig niet. Iedereen die een triathlon finisht kan dat ervaren. Vooral bij hele triathlons, bij evenementen waarbij je tot het uiterste getest wordt.

Elk mens loopt in zijn ontwikkeling tegen de vraag aan of-ie uit het juiste hout is gesneden. Het merk Ironman speelt in op die basisbehoefte. Bragging rights for the rest of your life belooft Ironman aan een ieder die finisht. Het maakt mensen die op allerlei vlakken van het leven hun sporen hebben verdiend – of juist niet – zich ertoe aangetrokken voelen. Tienduizenden euro’s en talloze trainingsuren ervoor over te hebben. Soms ten koste van werk en gezin. Pas geleden vertelde een atleet, die in zijn leven respectabel veel heeft gepresteerd en zijn eerste hele triathlon had volbracht, een rust te ervaren die hij nog nooit eerder had gevoeld. ‘Ik hoef niets meer,’ zei hij. Niets meer te bewijzen, niets meer te presteren.

Het is bijzonder dat een sportevenement zo’n voldaan gevoel kan geven. Daar mag je van genieten. Mijn ervaring is dat het geluksgevoel die sportprestaties geven, vluchtig zijn. Wankel. Al te vaak lopen Grote Sportdoelen uit op een desillusie. Iedereen die aan sport doet of ernaar kijkt weet wat ik bedoel. Primoz Roglic, die na een briljante Tour op de eennalaatste dag uit het geel wordt gereden. Hij heeft foutloos gereden, gestreden voor wat hij waard was, wordt tweede in misschien wel het zwaarste meerdaagse sportevenement dat bestaat. Maar ja, tweede is geen eerste.

Henri Nouwen, een Limburgse priester die gedoceerd heeft aan de universiteiten van Yale en Harvard en daar geen vervulling vond, heeft carrière en roem achter zich gelaten. Hij is gaan werken met intellectueel en fysiek anders bedeelde mensen in de L’Arche DayBreak gemeenschap. In die periode heeft hij gesproken over wat het betekent om je de geliefde van je Schepper te weten.

Hij ontmaskert de illusie waarop velen hun leven proberen te bouwen. Dat je bent wat je hebt, wat je doet, wat anderen van je denken. Wat het betekent om je gezegend te weten, om te beseffen dat God van je houdt, precies zoals je bent. Met al je verlangens en dromen. Hij wil je tekortkomingen aanvullen, Hij kan je afhelpen van je schuldgevoelens, van prestatiedrang, van gevoelens van minderwaardigheid.

De afgelopen vier jaar was ik in Ethiopië. Ik heb daar zoveel meegemaakt dat ik er een boek over aan het schrijven ben. Geworsteld heb ik daar. Met mezelf, met de overheid, met de cultuurverschillen. Met God. Woest ben ik op Hem geweest, vond dat Hij mij en ons meer had mogen beschermen, beter had kunnen helpen. Ik heb gezwelgd in zelfmedelijden, was chronisch gefrustreerd, permanent ontmoedigd. Pas geleden vroeg André, de voorganger van de Buurtkerk in Utrecht waar we lid van zijn, naar mijn Ethiopië-periode. Ik barstte los. Vertelde over mijn ervaringen, mijn frustraties, de mislukkingen. ‘Misschien is die periode wel jouw overwinning geweest’, reikte André me een ander perspectief aan. Ik kon dat niet ontvangen, antwoordde dat die tijd helemaal niet zo voelde. ‘Ik ging van nederlaag naar nederlaag’. Diep van binnen voelde ik niet helemaal tot mijn recht te komen, bleef worstelen met mezelf.

Het laatste half jaar, sinds we terug zijn in Nederland, kreeg ik steeds meer het besef dat tussen mij en God een glazen plaat zit. Ik geloof in Hem, erken Hem, heb geaccepteerd – sorry dat ik het zo schrijf, maar eerlijker kan ik het niet verwoorden – dat ik Zijn kind ben. God toelaten vind ik lastig. Te pijnlijk. Ik ben erachter gekomen gebieden in mij nog niet ontgonnen te hebben, nog voor Hem en mezelf toegesloten te houden. Verstandelijk de Eeuwige kennen is één ding, Hem tot in het diepst van je ziel laten doordringen vraagt een proces van overgave dat ik nog niet volledig heb doorlopen.

Ik besef dat ik leef vanuit mijn overlevingsmechanismen. Dat kan ik extreem goed. Het is wat me een goede triatleet heeft gemaakt. Diezelfde manier van leven heeft me gemaakt tot iemand die nooit tevreden is, die nooit ‘in de plus’ kon komen. Winnen, of een goede tijd neerzetten, bracht me tot op het nulpunt van het leven, maar nooit erboven. Om in de plus te komen, is het nodig niet langer meer op mijn overlevingsmechanismen te drijven en mijn angsten en twijfels te overwinnen. Dat doe je door ze in het licht te stellen. Daar gaan we.

Ik heb angst voor mensen en durf daardoor niet vrijuit te zeggen wat ik van iets of iemand vind. Daardoor kan ik moeilijk te peilen zijn en ben ik bang iemand eerlijk te vertellen hoe ik over zaken denk. Te vaak twijfel ik aan mezelf en, nog verlammender, aan God. Ik kan me minderwaardig voelen en dat compenseren door me bescheiden op te stellen om alsnog complimenten te krijgen over mijn – inderdaad valse – bescheidenheid. Ik draag trots en hoogmoed met me mee die me gevangen houden in bewijs- en geldingsdrang en me vaak in een boven- of onderpositie plaatsen die het moeilijk maken me gelijkwaardig op te stellen. Het erkennen hiervan begint me ruimte en vrijheid te geven. Het glazen plafond is aan het breken. Het bewijs daarvan heeft God me Zelf gegeven door me deze zondag te doorstromen met Zijn onvoorwaardelijke liefde. Precies tijdens een duurloop waarbij ik me afvroeg of ‘dat wel het goede was’.

Ik heb de tijd genomen te onderzoeken waar God me wil hebben. Ik heb eraan gedacht terug te gaan naar de universiteit. Jonge mensen te onderwijzen, mijn ervaringen te delen. Of terug het bedrijfsleven in, leiding te geven aan een organisatie, een bedrijf te helpen verder te groeien. Fulltime gaan schrijven.

Steeds meer is duidelijk geworden dat ik me, met hart en ziel, mag inzetten voor atleten. Mijn passie voor de sport mag delen en samen met mensen een stukje mag meelopen, op weg naar hun sportief doel. Trainingsprogramma’s schrijven naar mijn beste vermogen. Sporters bemoedigen. Voorleven dat sport de belangrijkste bijzaak van het leven is. In het diepe besef dat ik dat elk van jullie ‘an unceasing spiritual being with an eternal destiny in God’s great universe’ is, zoals Dallas Willard de essentie van de mens definieert.

Iedereen die een hele triathlon heeft gedaan weet wat dit evenement van je vraagt. Maandenlang leefde ik er naartoe, in mijn geval welhaast als een monnik. Dagelijks minstens één, maar liever twee of drie trainingen. Mijn lichaam kon steeds meer aan, de fietsritten werden zo lang dat ik langs plaatsnamen kwam waar ik nog nooit van had gehoord. Duurlopen strekten zich tot ver over de gemeentegrenzen uit en na afloop zette ik soms de ijskoude straal van de tuinslang op mijn benen om de brandende pijn te verzachten. Ik deed al die trainingen om zo goed mogelijk voorbereid te zijn op De Grote Dag. Alles wilde ik eraan gedaan hebben om in de best mogelijke vorm aan de start te staan, me beseffend dat wanneer die dag zou aanbreken ik niets meer kon toevoegen aan de conditie die ik op dat moment had. Hoe beter voorbereid ik was, hoe groter de kans dat ik de uitdagingen van die dag aan kon.

Zo is het ook met onze voorbereiding op het leven na dit leven. Je gaat de eeuwigheid in met het karakter dat je hier op aarde hebt ontwikkeld. Dit leven is niets meer en niets minder dan een trainingskamp voor de eeuwigheid. In het toewerken naar een sportevenement mag je, naast werken aan je fysieke conditie, werken aan je karakter. Hoe je omgaat met teleurstellingen, met onaangename verrassingen, met blessures, met werk- of privé-situaties die een stok kunnen steken in het wiel van je wagen.

They say that in defeat the heart grows and humility is the hardest of all lessons to learn.’ Deze woorden zijn niet van Jezus of Paulus, maar opgetekend uit de mond van Scott Tinley, één van de triathlonpioniers in de jaren tachtig en de Hawaii-winnaar van 1985. Geen idee of of Scott Tinley zich ervan bewust was, maar in zijn woorden klinkt 1 Timotheüs 4:8 door. Zoek maar op.

Ik wil mijn atleten niet de illusie geven dat ze hun geluk zullen vinden in welke sportieve prestatie dan ook. Die diepe vrede en uitbundige vreugde waar je zo naar kunt verlangen kan alleen je Schepper je geven. Hij wil je aanvaarden zoals je bent. Je kunt je dat misschien totaal niet voorstellen. Dat heb ik ook lang niet gekund, heb er soms nog steeds moeite mee. Jezelf aanvaard weten is misschien wel het moeilijkste dat een mens zich kan toe-eigenen. Ik gun het je van harte, nog veel meer dan welke sportprestatie ook.