Every David has its Goliath. Iedereen kent dit verhaal van de underdog die zijn onoverwinnelijk geachte tegenstander overwint. In deel één van deze serie het verhaal van Tim Wolvetang.

Tim Wolvetang stond in 2018 op het podium van de Austria Extreme Triathlon, een hele triathlon met 4000 hoogtemeters in het 210 kilometer lange alternatieve fietsparcours en nog eens 1900 hoogtemeters op de marathon. Met een – zo bleek later – geknikte liesslagader. In het najaar van 2019 ging Tim onder het mes.  Na een jaar revalideren bleek het probleem niet opgelost. Tijdrijden kan niet meer.

Tijd om de bakens te verzetten. Het nieuwe doel: de marathon. Een ‘losse’, zoals triatleten dat noemen. Ik vraag Tim wat het doel is. ‘Onder de 2u48’. Doordat met het lopen de heuphoek open blijft, gaat dat onderdeel na de operatie steeds beter. Ik check nog even of ik het goed heb dat zijn 10km-PR in de 39 minuten ligt. ‘Inderdaad’, zegt Tim, ‘dat staat op 39:02’. Gelopen met de toen nog geknikte slagader die tot voortijdige lokale verzuring leidde. ‘Da’s ambitieus. Het kan, maar dat betekent een paar maanden heel gericht trainen. En dus even geen gekke dingen’. Tim houdt er namelijk van om ‘s ochtends om zes uur in Rotterdam op de fiets te stappen, te kijken naar welke kant de wind waait, en dan tot aan de avond windje- mee te fietsen. Om vervolgens 300 kilometer verder, vanuit noord-Groningen of ergens in Duitsland, weer met de trein huiswaarts te keren.

We hebben dit gesprek halverwege december 2020. Twee maanden daarvoor deed hij een inspanningstest en blijkt Tim prima in orde. Zeven van de acht energiesystemen zijn actief; Tim is belastbaar en fit. In oktober loopt Tim tijdens een bikepacking reis door Europa een tekenbeet op. Een paar weken later blijkt dat hij hierdoor de ziekte van Lyme heeft opgelopen en een zware antibioticakuur moet ondergaan. Hij neemt gas terug, pakt de trainingen weer op, maar ziet veel te hoge hartslagen tijdens zijn rustige duurlopen. Het duurlooptempo dat hij normaal 12 uur kan blijven lopen, houdt hij maximaal een uur vol. Er is wat mis, en serieus ook.

We herhalen de lactaattest. Die laat zien wat de teek heeft aangericht: de twee aerobe systemen die het belangrijkst zijn voor de marathon, zijn weggevallen. Ik bel Tim, die intussen verhuisd is om daar Zwitserland om daar als anesthesiemedewerker te gaan werken. ‘Ik heb goed en slecht nieuws’.

Blood don’t lie: na de tekenbeet is de aerobe basis weggevallen.

‘Begin maar met het slechte nieuws’.

‘Je mag de komende drie weken maximaal een uur op een dag trainen. Rustig’. Dat is nodig om je aerobe basis terug te krijgen.’

Tim, die liever trainingsschema’s ontvangt van dertig uur dan zes uur per week, moet het even laten bezinken. ‘Zozo. En wat is het goede nieuws?’

‘Dat je daarvan uiteindelijk sneller wordt’.

Tim, die gezegend is met een lichaam dat snel reageert op trainingsprikkels, houd zich keurig aan zijn ‘trainingsdieet’. Tijdens onze wekelijkse belletjes vertelt hij zich steeds beter te gaan voelen en . In november liep hij op HF 155 4:48/km (zijn West Coach Challenge-HF); aan het eind van zijn ‘reset-periode’ is dat alweer 4:30/km. ‘Dat gaat de goede kant op, Tim’, zeg ik hem als we weer bellen.

Hunter-&-hare-racing

Onderdeel van de marathonvoorbereiding is een tien kilometer, eind februari, en een halve marathon begin april. Vanwege de corona-situatie zijn er ook in Zwitserland geen wedstrijden. Tim maakt per week een sprongetje en heeft zin in de tien kilometer. ‘Ik loop die wel op de baan’, zegt Tim. ‘Samen met Daan (de Groot, de Europees Kampioen duathlon die bij Tim om de hoek woont) en een 5km doet. De heren bedenken een ‘from hunter to hare’ race. Daan jaagt op Tim tijdens zijn 5 kilometer, waarbij hij Tim precies zou kunnen lappen. Daarna loopt hij een paar rondje uit om vervolgens Tim te hazen voor de rest van zijn 10km. Het plan is ambitieus: een 35-er. Ruim drie minuten sneller dan ooit. In de middag van 27 februari stuurt Tim een appje. ‘Hatsjiekidee. 35:22!

Twee weken later is de stemming anders als ik Tim bel. ‘Zaterdag heb ik bijna drie uur op de gravelbike gereden. De dag erna de lange duurloop van 24 kilometer gedaan, maar mijn scheenbeen doet pijn. En niet zo’n beetje ook’.

‘Even niet lopen en alles op de fiets. Ook je intervallen’. Eén week niet lopen worden er, na een onsuccesvol testloopje dat precies 500 meter duurt, twee. Tim blijft er rustiger onder dan ik. Halverwege de derde week appt Tim: ‘Lekker gelopen. De benen voelen als herboren!’

We gaan terug naar de tekentafel, helemaal nu we horen dat de Muttenz marathon is gecanceld. De halve marathon, die Tim op marathon-pace op het parcours zou doen, loopt hij daarom ook op de baan. Op 10 april, in 1:22.16. ‘En dat had ik denk ik wel kunnen doorlopen’. Tim zegt het op rustige, zelfzekere toon.

We overleggen wanneer en waar Tim zijn marathon gaat lopen. ‘Op 2 mei. De datum die we al hadden staan. Op de baan, is er ook geen discussie over de afstand en eventuele netto downhill’.

Ik leg uit dat we dan niet aan de lange duurlopen toekomen die ik Tim het liefst ook had laten lopen. ‘Ik laat je doen wat nodig is om fit en heel aan de start te staan. Je bent licht, je weet hoe je benen kunnen voelen na 30 kilometer hardlopen. We gaan ervoor.’ Ik check nog even in TrainingPeaks hoe zijn opbouw is geweest. Gemiddeld 58 kilometer per week met een maximumweek van 74 kilometer en een langste duurloop van 24,4 kilometer. En wekelijks twee tot drie cross-train sessies: op de langlaufski’s, hiken in de bergen, of gravelbiken.

Zondagavond 2 mei loopt Tim zijn marathon. Wederom op de baan, die glimt van de regen, met een verval van minder dan twee minuten. Na afloop appt Tim me het screenshot van zijn horloge. 2:45:08. En op Instagram de foto van zijn geheim voor de laatste kilometers.