Vraag me niet waarom, maar ik voel me aangetrokken tot onmogelijk lijkende uitdagingen. Zoals een dubbele hele triathlon, binnen 48 uur, langs de grenzen van Nederland.

De aanleiding is Cycle for Hope. Die rijd ik dit jaar voor de derde keer: vier etappes van 100 kilometer. De vorige jaren heb ik nooit zo’n werk gemaakt van de sponsorwerving, maar dit jaar wil ik me ook daar extra voor inzetten. Omdat De Hoop zulk mooi werk doet en de verhalen van de mensen die geholpen zijn me steeds dieper raken. Omdat de overheid zich steeds verder terugtrekt uit de zorg en dit overlaat aan particuliere initiatieven en ik die handschoen graag oppak. En omdat ik mezelf herken in hun verhalen en in mijn gevoeligheid voor verslavingen. Zoals het verhaal van Jaap:

Tijdens een training krijg ik het idee om, tussen de etappes door, te gaan fietsen en lopen. Hoe meer ik erover nadenk, hoe enthousiaster ik word. Uit mijn sponsormail: Ik rijd dit jaar voor het team De Pioniers. Met mijn subteam fiets ik sowieso de 400 kilometer van mijn team: vier etappes van 100 kilometer. Als triatleet ga ik een extra uitdaging aan. Naast het fietsen wil ik 3,8 kilometer zwemmen en 42,195 kilometer lopen – onder de voorwaarde dat jullie mij helpen minstens € 2.260 op te halen. Een hele triathlon is 226 kilometer, maal € 10 per kilometer = € 2260.

En dan, als uitsmijter:

Ik daag je uit een bedrag te geven dat pijn doet. Als er meer dan € 4.520 binnenkomt – het dubbele! – dan wil ik de uitdaging aangaan om de dubbele afstanden te doen: 7,6 kilometer zwemmen en 84 kilometer lopen naast de 400 kilometer fietsen. Het moet kunnen binnen 48 uur, maar dan moet er wel serieus gesponsord worden.

Binnen de kortste keren is de € 2.260 bij elkaar voor de hele triathlon. Omdat ik alle vertrouwen had in de vrijgevigheid van mijn netwerk, ben ik aan het puzzelen gegaan voor de logistieke uitdaging van de dubbele triathlon. Die ziet er zo uit: 21,1 km lopen Dordrecht | 3,8 km zwemmen in de Merwede | verplaatsing Callantsoog | 21,1km lopen | even rusten | 118 km nachtetappe Julianadorp > Drachten | verplaatsing Ambt Delden | 3,8 km zwemmen Ambt Delden | even rusten | 89 km fietsen Ambt Delden > 21,1 km lopen Beekbergen | verplaatsing Berg en Terblijt | 111km nachtetappe Berg en Terblijt > Vessem | even rusten | 10 kilometer lopen Kortgene | 117 km fietsen Kortgene > Dordrecht | 11 kilometer lopen Dordrecht.

Dat was het plan. Dit is hoe het is uitgevoerd.

Etappe 1: 21,1 km lopen (Dordrecht).
Donderdag 25 juli om 15 uur start ik, samen met trainingsmaatje Ruben Loman, met het lopen van een halve marathon. De zon schijnt, er staat een verfrissende bries, vogels tjilpen vrolijk hun liedjes en de benen zijn soepel en fris. We lopen in precies 5 minuten per kilometer vanuit dorp De Hoop naar de Biesbosch. Wanneer we langs een aantrekkelijk haventje in de Merwede lopen, wijzig ik mijn originele plan om te gaan zwemmen in de Biesbosch. Het gaat dit haventje worden. Om 16.45 zit de eerste halve marathon erop. Christon Geurten en Michael Vos, die namens sponsor SKS ons team begeleiden, hebben dan al een bankje aan de kade neergezet waar we lekker onze wetsuits kunnen aantrekken voor:

Etappe 2: 3,8 km zwemmen (Merwede, Dordrecht)
Om 17 uur plonzen Ruben en ik (wat is het lekker gezelschap te hebben!) het haventje van de Merwede in. De zon schijnt, het water is spiegelglad en de omgeving inspireert. Om ons heen verlaten lijkende fabriekspanden, verroeste damwanden, een hoge kraan die over de omgeving uitkijkt: je kunt in dit haventje hele spannende films opnemen. Ik zwem Rubens tempo en voel me heerlijk op mijn gemak. Totdat halverwege een paar jetski’s de rust komen verstoren en van het rustige haventje een enorme klotsbak maken. Wanneer aan het eind van ons zwemonderdeel er ook nog waterpolitie verschijnt, word ik toch wat onrustig. We zwemmen telkens naar het uiteinde van de havenmond en zien dan grote binnenvaartschepen langsvaren. Ik denk niet dat het de bedoeling is dat hier wordt gezwommen, maar de havenpolitie laat ons met rust. De jetski’s komen ons trouwens handig van pas om uit het water te klauteren. En zo zit het eerste zwemonderdeel er ook weer op.

Teamgenoot Wouter maakt deze foto. Toelichting overbodig.
blog 1
Om half zeven zijn we weer terug in dorp De Hoop, zodat we Team 1 van de Pioniers kunnen uitzwaaien voor hun eerste etappe naar Katwijk. Daar neemt Team 2 het over voor de etappe naar Julianadorp. Wij rijden alvast naar Callantsoog waar we gaan rusten. Voordat het zover is:

Etappe 3 – 21,1 kilometer lopen Callantsoog > Sint Maartensvlotbrug > Callantsoog
Om half tien in de avond vertrek ik voor mijn tweede halve marathon. Deze loop ik alleen. De avond valt, het is windstil, de hitte maakt plaats voor de koelte van de nacht en het blijft bijna tot het eind toe licht. Voor het eerst komt de gedachte op: ‘waar ben ik nu eigenlijk mee bezig?’ Ik laat die gedachte voor wat zij is en loop door. Na het keerpunt merk ik dat het mentaal prettiger is te denken dat ik op kilometer 33 zit dan op kilometer 12: de psychologie van het denken. Met nog 6 kilometer te gaan begint mijn rechterheup pijn te doen. Ik neem gelijk actie en bid dat God me beschermt tegen een heupblessure. Na deze etappe heb ik die heup niet meer gevoeld.

Naast de fysieke uitdaging en de financiële uitdaging is deze Cycle for Hope ook een geestelijke uitdaging en leerproces. Mijn doel is niet op eigen kracht, maar puttend uit Gods kracht te zwemmen, fietsen en lopen. In Filippenzen 4:13 staat immers: Ik ben in staat alles te doen door Christus die mij daarvoor de kracht geeft. Ik zal in de komende intermezzo’s mijn ervaringen hierin delen.

Intermezzo 1: Pray your fears, pray your weaknesses. In het verleden kreeg ik angst bij dreigende blessures. Ik interpreteerde dat als ‘straf’ of iets dat ik had verdiend en kon daar zo in blijven hangen dat het me verlamde en de blessure ook echt een blessure werd. Dit is een valse gedachte. Zodra ik merk dat mijn lichaam een pijnsignaal afgeeft, breng ik dat bij God, in het vertrouwen en het geloof dat Hij de kracht geeft om te herstellen.

Na een snelle douche en anderhalf uur liggen-op-bed-zonder-te-slapen kleden we ons om voor:

Etappe 4 – 111 kilometer fietsen: Julianadorp > Drachten
Na een haastige verplaatsing naar Julianadorp springen we om twee uur op de fiets voor de nachtrit naar Drachten. Via de track & trace hebben we gezien dat subteams 1 en 2, na wat pech, achterliggen op schema. We besluiten iets eerder te starten om zo samen met andere teams deze nachtetappe te kunnen rijden. Dat is nog even stressen, want wanneer we op de fiets springen, zien we in de verte de lampjes van onze beoogde pelotongenoten de bocht omgaan. Op het buitenblad is het gat gelukkig snel dicht en kunnen we ontspannen de Afsluitdijk over. Het is in het holst van de nacht, er staat nauwelijks wind, ik voel dat ik heb gelopen maar slaapgebrek ervaar ik niet. Nadat we een lekke band hebben helpen repareren komt er ergens halverwege de Afsluitdijk een team voorbij dat superstrak rijdt. Tussen de 36 en 40 per uur. Samen met mijn ploeggenoten Wouter Bol en Daniël van Houdt mogen we ons laten meezuigen in de wielen. Zo rijden we, als waren wij gezeten in een leunstoel, Friesland binnen. Daar gloort de ochtend ons tegemoet. De jukebox in mijn hoofd tovert de volgende strofen tevoorschijn: De zon komt op, maakt de morgen wakker
Mijn dag begint met een lied voor U
Heer, wat er ook gebeurt
 en wat mij mag overkomen
Laat mij nog zingen als de avond valt.

En zo rijden we rond 6 uur Drachten binnen. Vandaar verplaatsen we ons naar Ambt Delden, waar direct naar aankomst de volgende klus wacht:

Etappe 5 – 3,8 kilometer zwemmen – Ambt Delden
Het liefst had ik direct na aankomst in bed gekropen, zoals mijn ploeggenoten doen. Zin om te zwemmen heb ik eerlijk gezegd niet en al helemaal niet wanneer ik zie dat de zwemvijver, die zo aantrekkelijk klonk over de telefoon toen ik informeerde naar zwemmogelijkheden, een troebel soort van kikkerpoel blijkt te zijn. Eenmaal in het water kantelt mijn mentale gesteldheid en kan ik oprecht genieten van het zwemmen. Michael houdt me in de gaten vanaf een belendend steigertje. Alleen al het feit dat hij daar zit maakt dat ik me gesteund voel. In precies een uur zwem ik de 3,8 kilometer, neem een snelle douche en klim in bed voor twee uurtjes rust.

Vlak voor vertrek krijg ik een appje van mijn moeder met het bericht dat mijn oma is overleden. Dat bericht raakt me en ik bel mijn moeder om haar te condoleren en het gemis te kunnen delen. Daarna is het omkleden voor:

Etappe 6 – 89 kilometer fietsen: Ambt Delden > Beekbergen
Team 1 en 2 hebben fantastisch werk geleverd. Ondanks een valpartij van Ineke in Team 1 hebben de Pioniers de aansluiting kunnen houden met een aantal andere teams, waardoor we in een pelotonnetje van een man of twintig de etappe naar Beekbergen kunnen rijden. Errug prettig. Het weer is nog beter dan gisteren: 25C, een lekker zonnetje en een briesje van 3 Beaufort tegen voor de afkoeling. Ik eet en drink en eet en drink, probeer te genieten van de prachtige omgeving maar merk dat ik steeds meer ga opzien tegen het lopen van de derde halve marathon, die gepland staat direct na aankomst in Beekbergen. Het is warm en ik begin me steeds meer vermoeid te voelen. Niet alleen die derde halve marathon, maar vooral het vooruitzicht van weer een verplaatsing, nog een nachtetappe en een halve marathon en dan de laatste etappe maken dat ik twijfels krijg aan de haalbaarheid van mijn onderneming. Het lukt me die gedachtes los te laten en toch te genieten van deze schitterende etappe. Na twee uur fietsen laat ik me zelfs verleiden tot een soort van sprintje de Posbank op en voel daarbij dat ik nog steeds macht in de benen heb. We komen rond half zes in Beekbergen aan. Daar kleed ik me om voor het volgende onderdeel:

Etappe 7 – 21.1 kilometer lopen – Beekbergen
Al in de eerste kilometer voel ik dat dit een hele zware etappe gaat worden. De weg loopt hier iets naar beneden en voor mijn gevoel loop ik 4.00 per kilometer, maar veel harder dan 5.15/km is het niet. Ik besluit deze etappe op te knippen in drie delen: 8, 7 en 6 kilometer lopen waarbij ik telkens langs de auto kom om me te kunnen verzorgen. Halverwege de eerste 8 kilometer komt het besef van het overlijden van mijn oma binnen en laat ik mijn tranen de vrije loop. Ik besef me hoeveel deze vrouw in haar leven heeft gegeven aan haar man, haar gezin en haar kleinkinderen en ik besluit haar, op welke wijze dan ook, daarvoor te eren. Onder meer door deze woorden op te schrijven. Even verderop dringt het besef door van de fysieke en mentale proef waar ik mee bezig ben. Voor elke stap die ik nu zet, moet ik me fysiek maar vooral mentaal inspannen. De vaart is eruit, de wielen komen van de wagen. Ik word weer emotioneel, krijg een brok in mijn keel wanneer ik bedenk dat ik het gewoon aan het doen ben, die dubbele hele. Ik durf trots te zijn op mezelf, dat ik deze uitdaging ben aangegaan. Ik weet me heel kwetsbaar en voel dat God heel dicht bij mij is.

Intermezzo 2: Juist op de op de randen van het bestaan is God het meest zichtbaar. Mijn neiging is mijn leven onder controle te houden. Emotioneel, relationeel, financieel. Dat levert een ogenschijnlijk comfortabel en aantrekkelijk leven op, maar ruimte voor God om Zijn werk te kunnen doen, om me afhankelijk te weten van Hem, is er dan niet. Het was niet mijn intentie om tijdens Cycle for Hope God te ontmoeten, maar het is wel gebeurd. Hij is er altijd, ook ervaar ik Hem niet altijd. En Hij laat Zich zien op de meest onverwachte momenten, vaak juist aan de rand van het bestaan. Ook al het is een zelfgezochte kant van het bestaan, slechts veroorzaakt door de fysieke grens op te zoeken.

Ik loop verder en voel de pijn in mijn benen. Steeds heftiger wordt het ongemak. Het voelt aan zoals in de laatste kilometers van een hele triathlon. En het einde is nog niet in zicht.

Intermezzo 3: Toen ik nog geen persoonlijke relatie met God had en ik niet van mezelf had leren houden, was sporten voor mij overleven. Ik herkende me in de woorden van Johnny Cash:
I hurt myself today
To see if I still feel
I focus on the pain
The only thing that’s real.
Nu accepteer ik de pijn als fysieke consequentie van mijn inspanning. In plaats van nummerborden van passerende auto’s te blijven herhalen – als zinloos mantra om de aandacht van de pijn af te leiden – repeteer ik nu: even so, Lord Jesus, come. Come and help me.

Terug bij de auto, na 8 kilometer lopen, vragen Christon, Michael en Wouter hoe het me gaat. Ik erken dat ik het zwaar heb. Erg zwaar. Meer woorden heb ik niet, maar ze merken aan me dat het nu menens is. Wouter vraagt of ik het op prijs stel als hij de resterende 13 kilometer meefietst. ‘Heel graag’, is mijn antwoord. En zo loop, of beter gezegd hobbel, ik weer de camping af. Kilometer voor kilometer vorder ik, onderwijl pratend en afleiding zoekend met Wouter. Dat is echt fijn. Bij het keerpunt, met nog 6,5 kilometer te gaan, neem ik een plaspauze. Stil staan lukt me niet. Mijn coördinatie is zodanig verstoord dat ik, als een den in de wind, van links naar rechts wankel. Een auto zoeft voorbij. Ik zie de halmen van het gras door het luchtdruk verschil eerst richting de auto en daarna weer terug veren. Een verstild moment, even niet lopen en zien hoe de wetten van de natuur zich in de praktijk uitwerken.

De weg terug is erg lastig – en druk ik me zeer eufemistisch uit. Ik vraag Wouter de kilometertijden door te geven. Die liggen ergens rond de 5.20 en 5.40, terwijl ik het gevoel heb me maximaal in te spannen. Ik kan willen wat ik wil, maar mijn benen kunnen niet meer dan ze doen. De laatste kilometer vraag ik Wouter per 100 meter af te tellen, zo graag wil ik dat er een einde aan kom. Bij de auto sta ik te trillen op mijn benen. Christon en Michael vragen of ik iets wil eten, iets wil drinken.

Daar heb ik geen behoefte aan. ‘Wat kunnen we voor je doen?’, vragen ze. ‘Niets’, is mijn antwoord. Ik wil alleen maar zitten. En verder niks. Ik voel me zoals ik me na een zware hele triathlon voel. Mijn benen zijn kapot, krampen schieten door mijn hele lichaam, mijn wil is murw geworden.

Ik overweeg om op te geven. Omdat ik het fysiek niet meer zie zitten. Ik kan nauwelijks wandelen, laat staan hardlopen. Er staat nog een verplaatsing naar Limburg op het programma, een nachtetappe van ruim 100 kilometer, nog een halve marathon en nog een etappe.

Na een hele triathlon ben je klaar. Nu niet.

Na enig nadenken besluit ik te gaan douchen, in ieder geval naar Limburg te gaan en op de fiets te stappen. Val ik ervan af, dan heb ik het in ieder geval geprobeerd. En ik herinner me het lied dat vanochtend rondzong in mijn hoofd:
Heer, wat er ook gebeurt
 en wat mij mag overkomen
Laat mij nog zingen als de avond valt.

En zo rijden we naar Limburg voor:

Etappe 8: 118 kilometer fietsen: Berg en Terblijt > Vessem
Onderweg krijgen we van de organisatie het bericht dat we in Berg en Terblijt niet mogen rusten. De vergunning daarvoor is ingetrokken. Dat betekent dat we, in plaats van om twee uur ‘s nachts, rond middernacht kunnen gaan fietsen. Het klinkt raar, maar wij zijn daar erg blij mee. Dat betekent namelijk dat we morgenochtend langer kunnen rusten. Mijn maag en darmen werken inmiddels weer prima – tijdens het lopen in Beekbergen waren die niet meer in orde – en ik eet twee bakken soep met heel veel zout. Dat doet me goed: ik blijk zoveel gezweet te hebben dat ik een zouttekort heb opgelopen en dat verklaart voor een groot deel de moeite met het lopen in Beekbergen.

Eenmaal op de fiets blijk ik mijn ‘oude’ benen weer te hebben gevonden. En wat ben ik daar blij mee en dankbaar voor. God is een God van herstel, op alle vlakken van het leven. Hij maakt Zijn belofte in Jesaja 40:29-31 waar: Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed. Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen, maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht: hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput.

Ergens midden in nacht fietsen we, ergens in Limburg, gegidst door onze Garmin. Eerst met een paar andere teams, op een gegeven moment met z’n drieën. Wouter rijdt sterk, Daniël rijdt sterk, ik rijd sterk. We rijden dus allemaal sterk. En we zijn allemaal moe. Ik zit continu te geeuwen. Wouter maakt af en toe een slinger richting berm. En Daniël valt spontaan in slaap wanneer hij bij een verzorgingsstop languit op het asfalt gaat liggen.

En we hebben trek. In vette, zoute dingen. Zoals pizza, patat, hamburgers. We spreken af dat, als we een pizzeria of McDonald langsrijden die open is, we daar onze slag gaan slaan. Maar helaas, om drie uur in de nacht komen we niets tegen dat onze culinaire verlangens kan vervullen.

De laatste 25 kilometer van deze etappe duren maar en duren maar. We wisselen regelmatig van kop, proberen elkaar te motiveren, maar eigenlijk willen we maar één ding: klaar zijn. Ik tel de laatste kilometers af. Vijf. Vier. Drie. Twee.

En dan rijden we een van nieuw asfalt voorziene weg op en daarna een plaatsje binnen. En dat plaatsje heet geen Vessem. Dat ligt 7 (spreek uit: ZEVEN!!!) kilometer verder. Een afstand van niets, maar Heel Erg Lang als je denkt er te zijn. Ik besluit op kop te gaan rijden en er een snok aan te geven. Liever zeven kilometer de benen voelen dan langzaam rollend in Vessem aan te spoelen. Daniël en Wouter doen dapper mee. Zo rijden we telkens ieder een kilometer zo hard als we kunnen op kop, net zolang tot we er zijn. Heerlijk is het om de SKS-bus en de oranje t-shirts van Christon en Michael weer te zien.

Daarna is het inladen en per auto naar Breda, waar we om 6 uur een werkelijk fantastisch ontbijt voorgeschoteld krijgen in huize Geurten. Eieren met spek. Yoghurt met muesli. Heerlijk om weer eens iets normaal te eten. En om in een normaal bed te kunnen liggen, al is het maar voor vier uurtjes. Na deze bourgondisch-Brabantse tussenstop rijden we naar Kortgene voor de finale:

Etappe 9: 10 kilometer lopen: Kortgene > Zeelandbrug
Na de etappe in Beekbergen heb ik besloten de laatste halve marathon in twee delen op te knippen en tussendoor de nog resterende fietskilometers (ik heb er 360 nodig voor de dubbele hele triathlon) te fietsen. Mijn benen voelen verre van prettig, maar tot mijn verbazing loop ik redelijk ontspannen deze 10 kilometer in zonnig Zeeland. In 48 minuten en een beetje. Daarna spring ik weer in de auto om naar Bruinisse te rijden en daar Daniël en Wouter op te pikken die inmiddels de laatste etappe van Kortgene naar Dordrecht aan het rijden zijn. En dan gebeurt er dit (excuses voor het gekantelde beeld):

Mijn ploeggenoten zijn de transponder vergeten. We haasten ons terug naar Kortgene, halen de transponder op, proberen ondertussen uit te vogelen waar Daniël en Wouter rijden zodat ik weet wanneer ik ze bij Bruinisse kan verwachten. En dat is lastig, zonder track en trace. Uiteindelijk belt Daniël ons op met het bericht dat hij op datzelfde moment ons passeert… AAN DE ANDERE KANT VAN DE DIJK! Ik spring op de fiets, samen met Peter Deege van subteam 1 die ook het staartje van deze etappe wil meemaken, en moet gelijk vol aan de bak om het pelotonnetje aan het eind van de dijk te kunnen opvangen. Christon en Michael voelen dat het oorlog is, springen in de SKS-bus en gaan voor ons rijden. Als ware het een Touretappe waar de kopman is lekgereden, zou rijden de SKS-mannen ons terug naar het peloton dat inderdaad voor ons uit blijkt te rijden. En zo is:

Etappe 10 – 37 kilometer fietsen: Bruinisse – Strijensas
heel abrupt van start gegaan. Erg prettig is dat de wind in de rug blaast. Met een dik uur zijn we naar Strijensas gewaaid, waar ik de auto in de bus laadt en Christon en Michael me naar BVP verpakkingen in Dordrecht rijden voor de laatste etappe:

Etappe 11 – 13 kilometer lopen: BVP Verpakkingen – Dorp de Hoop
De oplettende lezer denkt: 13 kilometer? Dat zou toch 11 kilometer moeten zijn? Helemaal waar. Ik heb gehoord dat het laatste stuk van de etappe, die ik zal gaan lopen onder begeleiding van alle fietsers van De Pioniers, 9 kilometer lang is. En ik wil mijn woord houden en echt 21 kilometer lopen, dus ik loop alvast een rondje van 2 kilometer voor we onderweg gaan voor het laatste stuk naar De Hoop. Mijn benen zijn niet fris, maar de wind staat mee, het is de laatste etappe en tot mijn grote vreugde klok ik kilometers van 4.30 tot 4.40. Dat maakt dat ik er sneller ben. Ergens richting het eind vraag ik hoeveel kilometer het nog is. Volgens mijn berekeningen vier kilometer, maar ik hoor zes kilometer. Dat is een tegenvaller, maar ik accepteer dat ik me heb vergist. Ik word geconfronteerd met mijn controledwang en zie dat als weer een leermoment om de regie van mijn leven niet in eigen hand te willen hebben. Om 17.40 finish ik in Dorp de Hoop.

Ik ben niet alleen langs de grenzen van Nederland geweest, maar ook langs mijn persoonlijke grenzen.

Epiloog
God heeft ons aan elkaar gegeven zodat we elkaar kunnen helpen. En daarvoor eindig ik met dank.

Als eerste dank ik God. Mijn lijftekst gedurende Cycle for Hope was Kolossenzen 3:17: Wat u ook zegt of doet, doe het in de Naam van de Here Jezus en dank ook God, de Vader, in Zijn Naam.
Bij deze.

Ik dank mijn vrouw Tabitha en mijn zoontje Abel. Dank jullie voor de steun, voor jullie gebed en voor het heerlijke eten dat Tabitha voor onderweg heeft klaargemaakt.

Heel veel dank aan mijn teamgenoten, Wouter en Daniël. Bijzondere dank onze begeleiders Christon en Michael. Zonder jullie was dit niet mogelijk. Dank aan Anton van Houdt voor de uitnodiging tot deelname en dank aan alle mede-Pioniers. Dank aan Cycle for Hope voor de inspiratie en dit bijzondere evenement.

Speciale dank aan al mijn sponsoren. Jullie hebben samen inmiddels ruim € 3.800 gedoneerd.
Nu hoor ik mensen denken: die € 4.520 heb je nog niet binnen. Dat klopt, maar die gaan er wel komen. Als je mijn verhaal en inspanning waardeert, dan nodig ik je uit mij alsnog te sponsoren.

Als afsluiting het nummer dat me op de been heeft gehouden op de moeilijke momenten.