Triathlon leer je niet uit een boek
Je kunt uren kijken naar YouTube-filmpjes, podcasts luisteren en artikelen lezen. Maar uiteindelijk leer je het meest door simpelweg triathlons te racen. Door te leren wat te doen in de laatste dagen voor de race. En door de keuzes die je maakt in de race. Daarom doe ik zelf nog elk jaar minstens één triathlon: om te blijven voelen hoe het is, om te blijven leren, en om te blijven groeien.
Als coach wil ik mijn atleten niet alleen vertellen wat werkt, maar ook waarom het werkt. En daarvoor heb je kennis nodig.

Wat is kennis eigenlijk?
Kennis is het vermogen om de werkelijkheid te begrijpen zoals die echt is – gebaseerd op denken én op ervaring. Het betekent dat je niet alleen weet wat je moet doen, maar ook waarom. Je ziet verbanden, herkent patronen en begrijpt oorzaak en gevolg. Daarom blijf ik zelf ook racen. Ook al heb ik meer dan tweehonderd triathlons op de teller: elke wedstrijd leer ik weer wat nieuws.
De voorbereiding
Dit jaar doe ik de 1/3 van Utrecht. Die is om de hoek, met start in finish in Strijkviertel. Anderhalve kilometer zwemmen, 66 kilometer fietsen en 15 kilometer lopen. Superstrak georganiseerd door triathlonvereniging Hellas. Twee dagen ervoor begin ik met mijn vaste routine van wedstrijdvoorbereiding. Lekker een uurtje inrijden op de tijdritfiets over het parcours. Om de benen op spanning te zetten. En, minstens zo belangrijk, om in de stemming te komen en de wedstrijd te visualiseren. Te bepalen hoe ik ‘m wil uitvoeren. Deze keer is dat: race within myself. In normaal Nederlands: gecontroleerd racen. Vooral op gevoel. Ik ga wel naar de data kijken, maar gebruik de cijfers vooral als referentie, niet als doel.
Het andere deel van mijn voorbereiding is mijn voeding aanpassen. Twee dagen geen vezels en meer koolhydraten en vocht om met volle glycogeentanks aan de start te staan. De dag ervoor bak ik 1,3 kilo pannenkoeken. En die zijn de zondagochtend voor de race allemaal op. Omdat het warm is, dreigt het een non-wetsuit swim te worden. Een swimskin (een zwempak zonder mouwen dat je over je triathlonpak aantrekt) heb ik niet. Ik moet de keuze maken om alleen met zwembroek te zwemmen of met mijn triathlon-race tenue. Dat test ik door te douchen met zwembroek aan en daarna, met een stopwatch erbij, mijn triathlonpak aan te trekken. Dat duurt meer dan een minuut. Dat ga ik echt niet sneller zwemmen met een zwembroek. Ik zwem met triathlonpak als het een non-wetsuit swim wordt.

Zondagochtend pak ik alles in en rijd op de triathlonfiets naar de start. Dat mijn routine aan verval onderhevig is merk ik als ik vierhonderd meter onderweg ben. De papieren checklist die ik vroeger had om te controleren of ik alles bij me heb gebruik ik niet meer. In plaats daarvan visualiseer ik het zwemmen, fietsen en lopen en ga na of ik daarvoor alles bij me heb. Triathlonpak: check. Wetsuit: check. Zwembril: VERGETEN! Ik knijp in de remmen, rijd weer terug naar huis en pak mijn brilletje mee.
Om er in het parc fermé achter te komen dat ik ook geen badmuts bij me heb. Die kreeg je vroeger van de organisatie. Rhonda, een mijn coachees, helpt me uit de brand met een felroze badmuts: 🙏
Zwemmen
Non-wetsuit swims zijn niet mijn favoriet, maar vandaag is er geen ontkomen aan. Aldus lig ik om iets voor half tien wetsuitloos te watertrappelen achter de denkbeeldige startlijn. We liggen zo dicht op elkaar dat ik de onwelriekende adem kan ruiken van de atleet naast me. Die heeft gisteravond geen pannenkoeken gegeten kan ik vertellen. Of het moet een variant geweest zijn met heel veel knoflook.
Na het startschot ben ik goed weg. Ik houd me in, want ik weet dat ergens tussen 200 en 400 meter de groepen gemaakt worden en dan wil ik nog wat overhebben om iets recht te zetten. Mocht dat nodig zijn.
Tot mijn grote verbazing kom ik bij de eerste boei als vierde door. Niet ver achter de koploper die inmiddels los is. In voorbereiding op deze wedstrijd heb ik welgeteld vier keer een stukje buitenwater gezwommen. Expres zonder horloge – puur om weer even het water te voelen. Wat ik wel heb gedaan, is het hele jaar door twee keer per week 4×12 pull-ups. De vrije slag is in essentie één grote pull-up: door dat setje onderhoud ik mijn zwemspecifieke kracht zonder het zwembad in te moeten. Hoe leuk ik zwemmen ook vind: het kost me teveel tijd. Voor een uurtje zwemmen ben ik, met heen en weer fietsen en omkleden erbij, het dubbele kwijt. Die tijd steek ik liever in fietsen en lopen.
Tot mijn nog grotere verbazing blijf ik ook in het tweede rondje grote klappen maken. Het zwemmen voelt als vanouds. Alsof ik het hele jaar drie keer in de week heb gezwommen. Als vijfde – en met een grote big smile – klim ik uit het water.
Fietsen
Na een iets te lange wissel – ik kies ervoor hier al mijn sokken aan te doen, wat ik vroeger nooit deed op afstanden tot en met de halve triathlon – spring ik als vijfde op de Cadex die ik mag lenen van Raymond de Kuiper. Waarvoor heel veel dank. De eerste ronde ruk ik op naar de tweede plaats en kan ik richting de 300 Watt trappen. Rondje 2 en 3 gaan ook lekker, maar dan begint mijn rug op te spelen. Dat krijg je als je niet op je eigen fiets rijdt en je niet de kilometers in racehouding hebt gemaakt. Nummer drie zit vlak achter mij en ik moet bijna stilstaan om hem duidelijk te maken dat ik even geen zin heb om het tempo te maken. Rondje vier gebruik ik om mijn rug te rekken en te ontspannen, zodat ik de vijfde en zesde ronde weer redelijk kan doorrijden. Zonder nummer drie, die werd gelost toen ik weer aanzette na mijn rek- en strekoefeningen. Ik rijd uiteindelijk 38,5/u met een gemiddelde van 280Watt. Niet heel goed, maar ook niet heel slecht. De twee bidons met elk 100 gram
Innerme-koolhydraten en een mineraaltablet zijn op in de 1u45 die ik op de fiets zat. Daar komt nog een gelletje van 30 gram bij, wat mijn koolhydraatinname op 130 gram per uur brengt.
Lopen
De tweede wissel is een stuk beter dan de eerste. Omdat ik door mijn rug niet volle bak kon fietsen voel ik me okselfris als ik aan het lopen begin. Het is inmiddels 27 graden. Daarom doe ik ook mijn
Tri-Excellence hoofdband om. Daarin zit een pocket waarin je ijsklontjes kan doen. Die worden me aangegeven door neef Thijs. Hij appte me voor de wedstrijd of hij wat kon betekenen. ‘Het zou super zijn als je ijsklontjes kan meenemen’. De twee sokken die ik in de tweede wissel had klaarliggen prop ik vol met ijsklontjes. Eentje frot ik richting mijn liezen, waar een grote slagader loopt, de andere schuif ik onder mijn pakje op mijn rug.
Thijs heeft ook een split: negen minuten achter nummer 1 Stan Bertram. Die kwam gelijk met mij uit het water. Tijdens het fietsen heeft hij de laatste drie letters van zijn naam eer aan gedaan en heeft als een brommer rondgereden. Na vier kilometer lopen hoor ik dat het gat is geslonken naar zes minuten. Dat geeft de burger moed en ik kan lekker steady kilometers van net onder de vier minuten blijven lopen. Ik push nergens en houd me aan mijn plan to race within myself. En ik denk bij mezelf: wat als ik dit had twintig jaar geleden had geweten?

In rondje twee geeft Thijs me nog eens twee sokken met ijsklontjes aan. Opofferingsgezind als hij is heeft hij zijn eigen sokken uitgetrokken. Nog meer koeling – wat is dat lekker. Ik blijf ook regelmatig het ijs in mijn hoofdband verversen. Elke tien minuten smelten daar vier ijsklontjes weg. Ook het gat op Stan smelt weg, maar niet snel genoeg. Op de finish kom ik drie minuten tekort voor de winst. Maar ik noteer wel de snelste looptijd. Onder startnummer 52 – mijn leeftijd.
Ervaring maakt het verschil
Triathlon draait niet om alleen maar theorie, maar om weten wat écht werkt — in de praktijk, op de dag zelf, als het erop aankomt. Dat leer je niet uit een boek.
Als coach combineer ik kennis met ervaring. En nog steeds leer ik elke bij – in elke wedstrijd die ik doe en elke atleet die ik coach.
Lijkt het je fijn om met meer vertrouwen te racen, slimmer te trainen en beter voorbereid aan de start te staan? Dan help ik je graag. Geen grote theorieën, gewoon doen wat werkt. Mail me gerust op bertflier@3in1sports.com of stuur een appje naar 0618388571.