Waarom doet een HYROX anders pijn dan een marathon of Ironman? En hoe leer je pijn te omarmen in plaats van te vermijden?
HYROX, een marathon of een Ironman: in alledrie moet je afzien. Elk van die sporten heeft zijn eigen variant van pijn. Want pijn is niet universeel. De manier waarop je lichaam en geest reageren tijdens een HYROX-race verschilt van het afzien in een marathon of een Ironman. Vaak worden deze sporten over één kam geschoren met de vraag: wat is zwaarder?
Die vraag is te simpel. Interessanter is: welke vorm van pijn vraagt deze sport van je? En wat zijn manieren om met die pijn om te gaan? Daarom een vergelijkend warenonderzoek naar de verschillen en overeenkomsten tussen het lijden in HYROX, de marathon en Ironman.
Want het zijn echt drie verschillende beesten. Vraag maar aan prof-triatleet Joe Skipper. Die draait zijn hand niet om voor een 50km lange duurloop tijdens Kerstmis in 3.33/km of een 12-uurs tijdrit in 43,0km/u gemiddeld. Hier zie je hem bezig op de Pro HYROX Londen (1:05). De wall balls doen pijn aan je ogen. Schrijver dezes heeft inmiddels ook in alledrie de sporten zichzelf binnenstebuiten gekeerd. Tijdens de singles open HYROX Amsterdam 2026 was ik zo aan het afzien dat ik het overwoog of ik dit lijden zou willen inwisselen voor de laatste 10 kilometer van marathon Rotterdam 2024 die eindigde na 2u38. En die finale was geen bepaald geen feest kan ik je vertellen.
Pijn is je vriend en geen vijand
Pijn heeft een negatieve connotatie. Niemand wil pijn lijden. En nee, duursporters zijn geen sado-masochisten. Als dat zo was, dan zouden we na de finish doorlopen om nog langer te kunnen genieten van de pijn. En dat zie je mensen niet doen. (Uitzonderingen daargelaten van mensen die na een wedstrijd nog wat extra willen trainen. Maar dat is nooit op de intensiteit en het pijnniveau van de race). Het wat mij betreft beste boek over pijn is The Gift of Pain van Philip Yancey. Zijn centrale boodschap: pijn is geen vijand, maar een essentieel waarschuwingssysteem dat ons beschermt tegen schade. Aan de hand van mensen die geen pijn kunnen voelen en patiënten met chronische pijn laat hij zien dat het probleem niet pijn zelf is, maar het ontbreken of verkeerd functioneren ervan. De kernboodschap is dat leren luisteren naar pijn — fysiek én emotioneel — leidt tot verantwoordelijkheid, grenzen en uiteindelijk heling.
Met die gedachte in het achterhoofd gaan we kijken hoe pijn zich manifesteert in HYROX, marathon en triathlon
Dimensie 1 – Fysiek afzien: lokale vermoeidheid vs. energieschaarste
In HYROX is het fysieke afzien van een andere orde dan tijdens een marathon of Ironman. Ik begin bij de marathon. Idealiter kan je daar tot ergens kilometer 20 en 30 comfortabel hard lopen. De eerste helft is vooral doseren, remmen en energie sparen. Je hebt tijd om bekenden te begroeten, te drinken, een gelletje te pakken, soms zelfs een praatje te maken met mensen in je groep. Met de wetenschap dat er een punt komt waarop het niet leuk meer is.
Dat moment waarop je benen pijn gaan doen, je mogelijk kramp krijgt en je alles uit de kast moet halen om je kilometertijden niet te laten oplopen. Idealiter pas in de laatste kilometers, maar soms veel eerder. De lokale spiervermoeidheid is daarbij de beperkende factor.
Een vergelijkbaar proces speelt zich af op de hele triathlon, met één belangrijk verschil: voor die marathon heb je al 3,8 kilometer hebt gezwommen en 180 kilometer gefietst. Die kilometers gaan niet in je koude kleren zitten. Toch voelt het lijden anders dan in een ‘losse’ marathon. De scherpe pijn van een gewone marathon ervaar je niet op dezelfde manier, simpelweg omdat je te vermoeid bent om dat tempo te kunnen lopen. Het afzien tijdens een hele triathlon is doffer, diffuser en vaak meer mentaal dan fysiek.
Het spel in een Ironman draait om energiemanagement. Dat vraagt om een extreem goede aerobe basis, gedisciplineerde pacing en een uitgebalanceerd voedingsprotocol. Tegelijkertijd kunnen er fysiek rare dingen gebeuren. Ik herinner me een editie van Almere waarin mijn rechteronderbeen tijdens het lopen spontaan ging slapen. Gevoelloos werd. Ik vroeg me af: kun je lopen met een slapend onderbeen? Het antwoord: ja, dat kan. Kilometers later ontdekte ik tot mijn opluchting dat het gevoel terug was in dat onderbeen.
Wat helpt bij het afzien tijdens een Ironman is dat je je meestal allen bewust bent van wat op dat moment het meest pijn doet – precies wat Yancey beschrijft. Pas na de finish ontvouwt de pijn zich. In lagen en in verschillende stadia, terwijl de endorfinen wegebben. Na de finish van Almere 2006 lag ik lange tijd op een brancard te creperen. De media schreven toen:
Nummer twee Bert Flier kwam zo kapot over de finish in Almere Haven dat hij lange tijd moest bijkomen in de medische post. Artsen spraken van totale uitputting. Winnaar Maximilian Longrée stortte direct na zijn overwinning ter aarde en werd per brancard naar het veldhospitaal afgevoerd. „Ik denk dat deze atleten elkaar in de strijd om de winst over het randje hebben geduwd”, zei een arts van de organisatie. „Maar deze atleten zijn goed getraind en kunnen een stootje hebben. We hebben ze even rustig bij laten komen.”
Het lijden tijdens HYROX is weer totaal iets anders. Het afzien is algeheler. Anaerober. Onontkoombaar. En continu. Is dat niet het geval, dan ga je simpelweg niet hard genoeg. Vanaf de start ga je in het rood. En daar heb ik een bloedhekel aan. Het liefst blijf ik zo lang mogelijk onder mijn anaerobe drempel. Een niet-helpend overblijfsel van mijn triathlon- en marathonverleden.

Maar zo werkt HYROX niet.
‘Right from the start, I go into the red zone as soon as possible’. Aldus wereldkampioen HYROX Alexander Rončević. Tijdens HYROX Amsterdam 2026 probeerde ik de eerste run en de ski erg nog te doseren. Tevergeefs. Droge mond, veel te hoge hartslag en pal voor mijn niet onaanzienlijke snufferd het display waar ik de de 500m-tijd zag oplopen. Ik bleef hard doorhalen om zo snel mogelijk van dat ding verlost te zijn. Met een veel te hoge ademhaling begon ik aan de volgende kilometer lopen, op weg naar het duwen van een slee van 152kg. Die ellende blijft zich onderdeel na onderdeel herhalen.
Het meest irritant vind ik de burpees broad jumps, waar je hartslag richting maximaal schiet. En dan ben je nog maar halverwege. Het toetje zijn de 100 wall balls. Die begin je onder de vermoeidheid van alles wat eraan vooraf ging. Je lichaam wil stoppen, maar je dwingt het tot nog één maximale inspanning. Je armen doen pijn, je ziet sterretjes, alles in je lijf schreeuwt om rust. Maar rusten kost tijd. HYROX vraagt dat je de pijn accepteert en blijft pushen, dwars door de verzuring heen.
Dimensie 2 – Mentaal afzien: omgaan met ongemak
Een mens lijdt het meest onder het lijden dat men vreest. Dat spreekwoord is vooral van toepassing op de marathon en de Ironman. Je weet dat er een moment komt waarop het niet meer gezellig is. Nu ik dit opschrijf, realiseer ik me dat ik vaak opgelucht was als de pijn eindelijk begon. Dan kon me daarop concentreren. En was het lijden dat ik vreesde tenminste voorbij.
In marathons en Ironmans is je mentale gesteldheid cruciaal. Dat begint bij hoe je pijn labelt. Eigenlijk zou ik het woord pijn niet eens moeten gebruiken. De psychologie leert dat de manier waarop je iets benoemt bepaalt hoe je ermee omgaat. Courtney Dauwalter – misschien de beste vrouwelijke ultra-runner van dit moment – vertelt in deze clip hoe zij vroeger de pain cave vreesde. Dat onvermijdelijke moment diep in de wedstrijd waar alles pijn doet. Die probeerde te ontwijken. En, als ze erin terecht kwam, probeerde te overleven. Dat was niet-helpend. Tot ze haar mentale instelling veranderde.
‘It’s just a mindset, right? It’s all in our heads, this thing. In the past couple of years, it’s been the place I want to get to. Changing it into a place where I get to celebrate that I made it there. And then, that’s where the work actually happens. Making the pain cave bigger is how I view it instead of pushing the pain cave away. Changing the storyline makes it a whole different game’.
Die les geldt voor alledrie de disciplines. Ook HYROX. De sleutel ligt in de manier waarop je het afzien definieert. Mijn grote les van HYROX Amsterdam was mijn mentale instelling. Onbewust probeerde ik te sparen. Het ongemak te ontwijken. En juist daardoor voelde ik het des te meer. Dat zie ik ook als het grootste verschil tussen mij en Erben Wennemars. Hij ramde de onderdelen, liep zo hard hij kon en ging van begin tot eind all-in. Ik liep harder, maar op de onderdelen was hij veel sneller. Dat verschil is deels fysiek, maar vooral mentaal.
Zondag deed ik nog een HYROX. Een double, met Wilmar van Bruggen. Omdat hij wat minder hard loopt dan ik kon ik herstellen tijdens het lopen en besloot ik alle onderdelen volle bak te rammen. Dat ging boven verwachting goed. Ik weet dat een double niet te vergelijken is met een solo, maar de les is duidelijk: het rode gebied omarmen werkt beter dan het proberen te ontwijken.
HYROX vraagt om continue scherpte. Je zit constant op het randje, moet je rondjes tellen en je techniek bewaken onder extreme vermoeidheid. Ter illustratie een wall ball-actiefoto. Ik dacht dat ik die constant dicht bij mij lichaam had – met m’n kin op de bal. Ogen gericht op het doel. In dit shot deed ik niets van dit alles. Pure vermoeidheid.

Bij een marathon en Ironman is er in het begin ruimte voor mentale ontspanning. Natuurlijk, je checkt je cijfers, neemt je voeding, maar je hoeft er niet constant bovenop te zitten. Ik probeer tijdens lange races zo lang mogelijk niet met de wedstrijd bezig te zijn. Een tip die ik heb onthouden van Ingrid Kristiansen, een Noorse marathon-topper in de jaren 80 en 90. Dat spaart mentale energie voor later.
Ook een verschil met HYROX zijn de kleine beslissingen die je gedurende een lange race neemt. Wel of niet meegaan met iemand die met het fietsen langskomt. Hoe hard je de beklimmingen opgaat in het begin van de race. Al die beslissingen bij elkaar opgeteld bepalen hoe goed je bent in het tweede helft van de race. Daar blijf je dat soort beslissingen nemen – maar onder toenemende vermoeidheid. Dat vraagt andere mentale vaardigheden dan tijdens de HYROX, waar jezelf blijven pushen en je technische uitvoering handhaven bepalend zijn.
Tijdens elke race maak je fouten. Hoe je daarmee omgaat is cruciaal voor het vervolg. In HYROX word je direct geconfronteerd met je fouten. Tijdens de double in HYROX Amsterdam legde ik mijn touw in de baan van het team naast ons. Vijftien seconden penalty. Ik heb ‘sorry’ gezegd tegen Wilmar en daarmee was het klaar. Je kunt het niet terugdraaien. En als je een onderdeel te hard doet, dan krijg je gelijk de kous op je kop met het volgende onderdeel.
Tijdens een marathon of triathlon ervaar je pas veel later de consequentie van je pacing- of voedingsfout. Je moet in staat zijn te voorvoelen of je nu net wel of niet met die groep meegaat in de eerste helft. Op dat moment een keuze maken. En de consequenties ervan accepteren.
Tot slot: waarom HYROX anders pijn doet dan een marathon of Ironman
De kern van deze blog is niet welke race het zwaarst is, maar welke vorm van pijn je bereid bent te accepteren – en hoe je ermee omgaat. HYROX vraagt dat je het rode gebied omarmt en directe afrekening accepteert. De marathon vraagt geduld en omgaan met het gegeven dat het afzien pas later komt. De Ironman dwingt je tot nederigheid en denken op de lange termijn: kleine fouten worden uren later genadeloos zichtbaar.
Pijn is geen vijand, maar een vriend die informatie geeft. Precies zoals Philip Yancey beschrijft. Pijn vertelt waar je grenzen liggen, maar stelt je ook voor keuze hoe je ermee omgaat. Wie leert luisteren naar dat signaal, pijn niet probeert te vermijden en mentaal in een helpend, positief kader plaatst, wordt juist geen hardere, maar betere sporter.
Misschien is dat wel de echte overeenkomst tussen HYROX, marathon en Ironman: niet welke race je het meest laat lijden, maar wat je tijdens de race leert over jezelf.

